woensdag 12 juli 2017

Over je schaduw heenstappen


Klean is de afkorting voor 'klagen loont echt absoluut niet'. Het is de naam van een organistaie die mensen probeert te overtuigen dat er een groot verschil is tussen iets doen en niets doen, tussen 0 en 1. Dit klinkt misschien super logisch, maar als het om milieu en klimaat gaat, heb ik zelf ook de automatische neiging om voor de nul te gaan, lekker makkelijk.

Ze zijn er wel en ik ben er één van. Tussen mijn huis en de pont over het IJ is er altijd wel ergens iets van plastic op de stoep of in de berm te vinden, soms zelfs naast de prullenbak. Dan is het de kunst om over je eigen schaduw heen te stappen en het gewoon even op te rapen. Ik ken alle ja-maren zelf uit eigen ervaring. Ik heb haast, het regent, het is vast vies, waarom ik, wat maakt het uit? En de engste: "Als ik daar eenmaal mee begin, dan kan ik net zo goed ..." Het is een stuk eenvoudiger om te juichen over het initiatief van Klean, dan om echt zelf te bukken op straat en een leeg flesje op te rapen dat ik er zelf niet heb neergegooid. Gek is dat, dat stemmetje in mijn hoofd dat wil dat ik meteen alles 100% doe, dat ik dan meteen overal plastic op moet gaan rapen. Het enge is: dat zie ik nu ineens overal rondzwerven.
Toch ben ik het gaan doen en echt: ik voel me er een stuk prettiger door. 

Peter Smith van Klean kan veel beter uitleggen dan ik wat het verschil is. Waarom het uitmaakt, onder meer in dit filmpje 'The power of one'

'Ga nou niet méér dan één flesje oprapen,' zegt Peter wel eens grappend, maar ook serieus. Want je gunt natuurlijk iedereen zo'n ervaring. Maar wel elke dag, dan wordt het normaal, automatisch gedrag. En precies daar gaat het bij mij fout. Er zijn van die 'Ja-maar' dagen, best veel, als ik eerlijk ben. Gisteren bijvoorbeeld. Druk, veel te doen, even snel naar de pont, het rode licht knippert al bijna en daar ligt het: HET flesje van de dag. Ik denk aan de klimaatdaad van de dag, dit zou wel een hele simpele zijn, ik vertraag mijn pas. Buk, het rode licht begint te knipperen. Ik neem het flesje mee en spurt het laatste eind. De pontbaas wacht. Tevreden laat ik het flesje in de afvalbak op de pont glijden. Op de terugweg maak ik een foto. Van het oprapen van nóg een flesje.

Sorry Peter, de volgende laat ik voor je liggen.

dinsdag 11 juli 2017

Bonnen: soms ben ik er blij mee, maar meestal niet



Mijn eerste klimaatmaand was ongelofelijk duur, dat was even schrikken. Omdat Hans en ik allebei freelancen, houden we de uitgaven keurig bij op een lijstje aan de binnenkant van de servieskast. In juni was het niet mals: tweedehands matrassen en broeken, nieuwe kippen, een hybride warmtepomp met bijbehorende nieuw thermostaatkastje, de uitgaven stapelden zich deze maand op en toen kwam er ook nog een vergeten belastingaanslag overheen en de bijbehorende rekening van de boekhouder. Oké, op vlees en benzine besparen we iets, maar kokosolie en notenballetjes zijn ook niet goedkoop.

Rijksdienst van het wegverkeer houdt van mij
Vandaag moest het er echt van komen: de cijfers van het tweede kwartaal moeten af voor de btw aangifte. Het naarste werkje dat ik ken. Ik heb zo'n mapje waar ik alle bonnen in verzamel. Onderin vind ik vier (ja, vier!) andersoortige bonnen, met zo'n blauw logo erop en en dun geel papiertje erbij: bonnen voor foutparkeren en te snel rijden. Allemaal betaald in het eerste kwartaal, maar voor de zekerheid nog even bewaard. Ha! Dacht ik. Dat is in juni mooi niet meer voorgekomen. Ik ben véél vaker gaan fietsen, ook als ik het eigenlijk te ver vond, ook met heel veel spullen in de fietstas. Ik ben ook vaker met de trein gaan rijden, dat is bijna het beste wat je kunt bedenken sinds de NS CO2-neutraal rijdt, maar wat hebben die treinen vaak problemen. Dat viel me nu pas op. Treinen vielen uit, in de weekends zijn er altijd werkzaamheden, af en toe deed ik er drie keer zo lang over met de trein. Bijna kreeg ik genoeg van mijn klimaatvriendelijkheid. Ik ben ook een keer meegereden vanaf Schiedam naar de Veluwe met iemand anders, naar een plek waar je zonder auto eigenlijk niet kunt komen - bij hectometerpaaltje 7,3 het bos in en dan nog een paar kilometer doorrijden over zand- en grindwegen. (Zie klimaatdaad van gisteren) Dat meerijden stimuleerde ik altijd al, het nadeel is dat het dan veel te gezellig is.
Ergo: ik let niet meer goed op.
Ergo: bonnen.
Door nu zelf een keer met iemand anders mee te rijden had ik daar in elk geval geen last meer van. Ik hoop dat ik nu niet de oorzaak was van een bekeuring bij de man die zo aardig was mij mee te nemen.

Bonnen waar ik blij van word
Ik heb dus veel uitgegeven, maar ook echt veel bespaard door géén bekeuringen te krijgen. Hans ziet dat overigens anders, die vind het doodnormaal om nooit een bon te krijgen. Ik heb de mijne bij het oud papier gegooid. Dat is niet een klimaatdaad, want oud papier apart houden doe ik al zolang ik leef. Géén bonnen rijden en daar blij van worden. Dat is pas een daad. Die hoef je niet te betalen en ook niet weg te gooien. En nu terug naar al die andere bonnetjes, die met klimaat niets te maken hebben, maar wel allemaal in een excellsheet moeten. Zucht...

maandag 10 juli 2017

De omgekeerde wereld van water en wildplassen


Er zijn in Nederland nog van die plekjes waar je je ver van de bewoonde wereld kunt wanen. Gisteren was ik er nog, op de Veluwe. Het liikt een lichtjaar ver weg. Samen met zeven andere mensen die zich druk maken om het klimaat en om de druk die dat kan opleveren organiseerden we er 'De kunst van het stilstaan'. We woonden voor heel even in de schaapskooi, sliepen in hangmatten en zaten veel rond het vuur.
De klimaatdaden vlogen links en rechts om de oren. Restjes salade werden weer in de soep verwerkt, wat leidde tot heel nieuwe smaaksensaties. Bosbessen die via de Appie uit Tsjechie in een plastic bakje naar ons toe waren gereisd konden ter plekke vergeleken worden met bosbessen uit het bos. Waka-waka's stonden in de zon op te laden en we baalden samen dat er geen bus stopte in de buurt.
Maar de grootste klimaatdaad is misschien wel dat we daar samen waren en ons samen afvroegen: 'Wat is er nodig om dit te laten groeien?'

Je kunt in Nederland nooit ècht ver van de bewoonde wereld zijn. In de schaapskooi was een heuse wc, en die was aangesloten op de waterleiding en het riool van de gemeente. We verbaasden ons daarover. Tot voor kort hadden ze er een beerput gehad, maar op straffe van een boete was er zo'n tien jaar geleden een lange, lange sleuf gegraven en nu werd al het afvalwater naar de rioolzuivering van Epe gepompt en drinkwater teruggepomt, dat door ons weer in het riool terug werd gestuurd naar de waterzuivering. Waar het machinaal gezuiverd wordt voor het weer de natuur in mag.
Er stond ook een schattig wc-huisje met compost-wc op het landje naast de schaapskooi, maar dat werkte niet, omdat men toch liever een gewone wc gebruikt, als die er ook is. Binnenkort zou hij daar worden weggehaald. Wonderlijk, vonden wij het. Zou juist op deze plek een compost-wc of sceptic tank met helofietenfilter een veel logischere optie zijn? Het schijnt dat het grondwater er op elf meter diepte zit, dat lijkt me best een redelijk zandfilter. Afvalwater - en vooral afvalwater uit de wc - is natuurlijk smerig, dus die wet is niet helemaal belachelijk, maar moet het altijd, overal? En als je de wc af zou koppelen en alleen de compost-wc in het houten huisje zou gebruiken, mag het dan eigenlijk wel in Nederland? Zo zie je, op zo'n plek leidt iets wat overal heel normaal is - het riool - ineens tot een klimaatgesprek. Ook over het graven van een ouderwetse put. Hoe moet dat eigenlijk?
De overheid is echt wel bezig met dit onderwerp, ook op de Veluwe. Men promoot tegenwoordig juist wel het afkoppelen van het riool , maar dan alleen voor (eigenlijk schoon) regenwater. Dat loopt op het landgoed altijd al gewoon het zand in. Regenwater gebruiken in douche, wc en keuken, dat zou wel winst zijn, dan hoef je daar in elk geval geen drinkwater voor te gebruiken, en ook niet naar het grondwater te graven. Maar dat vergt een hele aanpassing, dus gebeurt het niet. Door regelgeving van de gemeente zit de schaapskooi nu vast aan een heleboel leidingen. Het lijkt wel een omgekeerde wereld.

Om die wereld terug om te keren heb ik er zelf een sport van gemaakt om twee dagen niet onnodig teveel drinkwater terug naar Epe te sturen. Door:
a. regelmatig achter de bosjes te plassen, dat doen de wilde zwijnen ook, dus het leek me geen punt
b. onder de douche te plassen, waarvan overigens niet iedereen zo gecharmeerd was. Er werd getwijfeld aan het nut en - ook al spoelde het echt goed door - het idee...

Toen ik gisteravond weer in de bewoonde wereld was, zocht ik mijn gelijk, wat op internet natuurlijk te vinden is en wel op: http://metro.co.uk, waar zeven goede redenen te vinden zijn waarom je onder de douche zou moeten plassen, en dat je daar per jaar 2.225 liter water mee kan besparen. Maar dat vereist wel dat je niet langer gaat douchen dan je anders zou doen. En het vraagt ook de schaamte aan de kant te zetten.

Ik heb overigens ook gedoucht met uitzicht op het beukenbos door het open raam en ik heb voor het eerst van mijn leven koffie gedronken onder de douche, maar dat had allebei met het klimaat helemaal niets te maken. Het was gewoon heerlijk, ik voelde me net een achtienjarig reclamemeisje onder een waterval in een reclame voor deze puur-natuur koffie. En - geloof me of niet - ik heb echt niet langer gedoucht, ook al was het heerlijk. De Okavanga-delta kan wachten, als je de Veluwe hebt.

(Foto: Christopher Baan, zondagochtend heel vroeg)

zondag 9 juli 2017

Een maand later: trekken aan een dood paard of een koppige ezel?


Een maand later, oftewel dertig klimaatdaden-van-de-dag verder. Ik begon onbezonnen met zomaar één daad op één dag: een plons in de zwemvijver in de vroege ochtend: een koude douche. Daarna ging het redelijk vanzelf. Ik was toch al heel erg met het onderwerp bezig, al helemaal omdat ik in opleiding ben voor klimaatcoach bij Klimaatgesprekken, maar zelf doen was vaak toch moeilijk. Waarom eigenlijk? Schaam ik me? Vind ik het onbelangrijk? Ben ik bang voor reacties van anderen? In dit jaar probeer ik daar achter te komen door het te doen.

Natuurlijk red ik hiermee niet ineens in mijn eentje het klimaat, het zwemmen in de zwemvijver is de druppel die al gauw verdampt op een gloeiende plaat, een plaat die steeds heter wordt. Zelfs al zou het me lukken om van 15 ton op de gewenste 3 ton CO2 per jaar uit te komen - onder meer door komende weken naar Frankrijk te fietsen op een geleende fiets, zelfverbouwde aardappels en mais te eten en noooit meer iets nieuws te kopen - dan zijn er nog genoeg andere mensen die kriskras de wereld overvliegen voor hun vakanties, die lekker een grote biefstuk nemen als ze uit eten gaan en een inloopkast vol kleren en schoenen bij elkaar shoppen. Ik maak me wat dat betreft geen illusies. Zodra ik me wel illusies maak zijn er voldoende mensen in mijn omgeving die me meteen ontnuchteren: 'Denk je nou echt dat wat jij doet iets uitmaakt?' Om me vervolgens - heel irritant - te vertellen wat ik allemaal nog niet doe. Misschien hebben ze gelijk. Misschien is zelf, in je eentje iets doen wel trekken aan een dood paard.

Maar wat ontdek ik deze maand: ik ben niet in mijn eentje. En daardoor voel ik mij reuze gesterkt. Ik blijk vrienden te hebben die ook experimenteren met havermelk, ik ontmoet koffieverkopers in het station die me een kwartje korting geven als ik aan kom zetten met mijn jampot, er staan nog her en der pressurecookers op het fornuis en gesprekken over dat fornuis, of we toch niet over moeten stappen op inductie, zijn niet van de lucht. Inplaats van dat ik imagoschade oploop, vinden mensen het leuk. In elk geval: leuk om erover te lezen hoe ik ermee worstel. Want worstelen is het wel, als ik eerlijk ben. Alsof ik een koppige ezel mee moet zien te krijgen. Mijn standaardgedrag is een stuk makkelijker dan verandering. Ik dacht dat ik reuze flexibel en aangepast was, maar er zijn toch meer dingen die ik niet doe, dan dingen die ik wel doe. Hans vindt dat geweldig en is de grootste tip-aanbrenger: heb je dit al geprobeerd? Kan je daar niet over schrijven? De koppige ezel in me zet weer één stap, of zegt 'nee, ik heb vandaag al een proefrit op een electrische fiets gemaakt'.

Een vriendin waarschuwde me dat die ezel je op termijn ook nog eens flink kan gaan schoppen, het 'backfire effect'. Na dertig klimaatdagen zou ik wel eens veel grotere klimaatmisdaden kunnen gaan bedrijven doordat ik er schoon genoeg van krijg om me zo aangepast te gedragen, en zoveel commentaar te krijgen. Dat ik de kont tegen de krib gooi en last-minmute naar Thailand vlieg. Het valt nog mee, met dat terugslageffect. Er gaan zelfs dagen voorbij waarop ik meer dan één klimaatdaad op mijn geweten heb. Ik moet eerder oppassen dat ik geen zendeling word. Want door zo met het klimaat bezig te zijn, ben ik me ook veel beter bewust hoeveel er nog nodig is om echt iets te veranderen aan CO2-uitstoot en klimaat. In een cultuur waar nieuwe technologie en nieuwe trends volgen de norm is, is het lastig om te blijven nadenken en een eigen pad te kiezen. Maar door het te doen, en er een sport van te maken, lukt het toch. Mede dankzij dit blog, en de reacties erop. Wat dat betreft kan ik van de ezel op de foto nog wat leren, die vooral even stil ging staan om naast het pad wat gras en klaver te eten, ook al was dat volstrekt niet de bedoeling.

Nog elf maanden, 335 dagen. Zoveel tips kan Hans vast niet geven, elke tip is daarom welkom.

dinsdag 4 juli 2017

Klimaatdaad en imagoschade: latte drinken uit een jampot


Het boek 'Angela's Ashes' heb ik verslonden, indertijd. Over een uitzichtloos arm Iers gezin. Eén van de dingen die ik ingenieus vond, is dat ze thee dronken uit lege jampotten, omdat ze geen geld voor servies hadden. Wel voor jam, kennelijk. Of misschien kregen ze die van oma.
Een bevriend verhalenverteller kwam laatst langs en haalde uit haar tas een lege honingpot waar ze onderweg koffie uit had gedronken. Nou weet ik uit eigen ervaring dat je als verhalenverteller geen miljoenen verdient, maar dit? Ze legde uit dat ze probeerde helemaal zonder afval te leven en de honingpot gebruikte ze onderweg als goed afsluitbare koffiebeker.
Omdat ik dit jaar alles probeer, leek me dit een mooie klimaatdaad. Ik ben de hele week op pad omdat ik in den Haag een storytellingcursus volg bij Sue Hollingsworth (heel bijzonder), en meestal tracteer ik mezelf ondeweg op koffie. Zeker als ik ruim in mijn tijd zit, of de treinen raar doen. Wat dat betreft is het de laatste tijd bingo. Vandaag reden er bijvoorbeeld bijna de hele dag geen treinen rond Leiden, wat begon toen ik vetrok en nog niet helemaal was afgelopen toen ik terugkwam. Koffie dus. Ook tussen de middag vind ik het heerlijk om even de Coffee Company binnen te lopen voor echte latte.
Daarom was ik op pad met een gezellige Bon Maman jampot met rood geruit schroefdeksel. En ook al was één dag genoeg, ik wilde het maar meteen een hele week volhouden. Hans keek er aan het ontbijt vol afgrijzen naar: 'Dat is wel heel erg geitenwollensokkerig.' Hij heeft zelf de snelle jongens oplossing: een design thermosbeker voor onderweg. Die mocht ik mee, maar nee: dat was niet het idee. Ik vond het juist een superdaad, jampotten hebben we toch teveel, en ik drink mijn koffie graag uit een glas. Maar ik was door zijn opmerking toch aan het twijfelen gebracht. Zou ik nu te ver gaan? Een beetje beschaamd vroeg ik op het station aan de vrouw bij Shakies of ik een latte mag in 'dit'.  Ja, hoor, geen probleem. Alsof ze heel vaak latte in jampotten klaarmaakt, met mooi figuurtje en al krijg ik hem terug.
Overmoedig door dit succes probeer ik het ook bij de Coffeecompany op het Noordeinde: prima, geen probleem. Na de pauze vertel ik erover aan een meducursist die beter op de hoogte is van trends dan ik. Ze ziet de pot en zegt: 'Jampotten zijn helemaal hip. Je krijgt tegenwoordig ook sla in een jampot, chai in een jampot, toetjes in een jampot.' Kijk. Klimaatdaad of niet, als oude jampotten hergebruiken als servies een trend wordt, dan komt het misschien toch nog goed met het klimaat. Ook zonder schrijnende armoede. Het sluit in elk geval goed aan bij het nieuwe gebouw van Abnamro aan de Zuidas, waar ik was voor een bijeenkomst over Groen in de stad, en drie keer mijn jampot vulde. Ze hebben er een heel plafond hebben gemaakt van gerycelde spijkerbroeken van het eigen personeel. Bijna net zo verrassend, vond ik dat, vooral omdat ik bankmannen niet meteen voor me zie in een spijkerbroek. Misschien dat iemand me gezien heeft en ze binnekort allemaal uit hun jampot staan te drinken bij de bank.
Wat zal de volgende recycle trend zijn? Een eenzame sok als hoesje voor je mobiele telefoon, wat ik laatst al bij iemand zag? Of leidt dat wel tot imagoschade? - de lijn is dun.

zondag 2 juli 2017

Wij hebben nieuwe kippen en klimaatneutrale eieren


Sinds ik weet dat eieren en kippenvlees qua klimaatdaad zo slecht nog niet zijn, bekijk ik onze witte en zwarte kip met hernieuwde belangstelling. Sinds gisteren hebben we er daarom twee bruine kippen bij: Bennie en Willy. Het is niet helemaal eerlijk dat deze twee ineens wèl een naam hebben. Dat is de schuld van onze dochters die meteen toen we ze gekocht hadden begonnen te whatsappen 'Toch niet inplaats van ons?' De dames heten in hun studenthuis Willy en Bennie, fantastische kippennamen, vinden wij. Overigens hebben de zwarte en de witte kip ook ooit namen gehad, aan hen gegeven door de gasten in de B&B, maar Dropje en Sneeuwvlokje zijn toch niet zo lekker kippig als  Willy en Bennie.
De kippen zelf gaan niet op de BBQ, we zijn op hun eieren uit. Hoe ouder kippen worden, hoe minder eieren, dus we wilden leuke jonge legkippetjes. We vonden ze in de fruittuin van West, voor wie het niet kent: een geweldige boomgaard achter Nieuw West, waar de kippen vrij tussen de bomen scharrelen en je zelf je kersen/frambozen/bessen kunt plukken en ook eieren kunt rapen. De eigenaar heet Wil, nog een reden om Willy zo te noemen.
Het is fascinerend om het kippengedrag in de tuin te bestuderen: de nieuwkomers worden vakkundig op hun plaats gewezen. Het is net als met nieuwe meisjes in de klas: ze laten zich niet kennen, maar als de witte en de zwarte te dichtbij komen nemen ze een sprintje. Loeders zijn het, meisjes onderling.We herinneren hen eraan dat zijzelf indertijd ook niet meteen op de stok mochten slapen, maar verbannen werden naar de houtstapel. Dat heeft een paar weken geduurd. Waarom niet gewoon aardig zijn en de bruine nieuwkomers vriendelijke welkom heten? Helaas, het zit er niet in. Bennie slaapt de eerste nacht op de tuinbank bij de voordeur. Willy provoceert: ze gaat op de stang van de steekkar slapen die onder hetzelfde afdakje staat als de stok.
Nou maar hopen dat ze hierdoor niet te lang van de leg zijn. Want hoe leuk hun gedrag ook is, we eten graag een roereitje. De kippen zijn een zakelijke investering, want ze zijn ook nog eens de grote attractie van onze B&B. Niet alleen kinderen, alle volwassenen putten zich uit in het voeren van korstjes en andere restjes, wat het voor ons nog makkelijker maakt om klimaatneutraal kippen te houden. Met één bekertje graan per dag vier kansen op een ei, en de hele dag vermaak.

zaterdag 1 juli 2017

Daad van de dag - big hairy audicious goal of schadelijk wensdenken?


Vandaag besloot ik om te reageren op een artikel in het FD. Nooit eerder gedaan, ik lees die krant hoogst zelden. Er was een rapport verschenen bij Urgenda, dat aangeeft wat er nodig is om in 2030 in Nederland 100% duurzame energie te hebben. CO2 neutraal dus. Het rapport vind je hier . Ik had als klimaatdaad afgelopen week al ergens het rapport gelezen, maar er nog niet eerder in dit blog over bericht. Een lekker daadkrachtig en positief rapport met praktische lijstjes wat je kunt doen en ook wat overheid en industrie moeten en kunnen doen. Een BHAG, Big, Hairy, Audicious Goal, zoals ik net geleerd had. Genoeg inspiratie voor klimaatdaden.

In het FD verscheen een kritisch artikel, dat Urgenda verweet aan wensdenken te doen en op deze manier de transitie alleen maar tegen te werken. Wat er onhaalbaar was werd onderbouwd met allerlei cijfers. Hans schreef eronder een reactie, en verwees daarbij naar het artikel in Nature 'Three years to safeguard our climate.' dat ik ook al gelezen had. Wetenschappers tonen aan dat we geen decennia hebben, en dat het zinvol is om ons af te vragen waar we op inzetten: gaan we doen wat haalbaar is, of gaan we doen wat noodzakelijk is?

De heftigheid in de andere reacties daaronder vond ik bijna angstaanjagend. Alsof er een kamp is van misdadige milieuridders die stiekem de transitie om zeep helpen door rapporten te publiceren als dat van Urgenda.  Huh? Ik probeer er mijn vinger achter te krijgen. Vanwaar de woede? Met het risico dat ik nog meer olie op dit onwenselijke vuur zou gooien heb ik een poging gedaan om - met als insteek mijn verbazing - te betogen dat we volgens mij beter niet op elkaar kunnen schelden. Omdat we eigenlijk hetzelfde willen: energietransitie en wel snel. Een leefbare planeet. Niet omdat we dat leuk vinden, maar omdat het noodzakelijk is.

Ben benieuwd of ik ooit nog wat over hoor. Het was voor mij een goede oefening om te kijken naar wat ons verbindt, en waar het (kennelijk) pijn doet. En ik denk dat alle aandacht voor snellere energietransitie sowieso goed is.